Slovensky cuvac
De Slovensky Cuvac is in het Karpatengebergte van Slowakije ontstaan. Hij werd er gefokt met als doel de schapenhoeder te helpen bij het bijeenhouden en bewaken van de kuddes. In dit gebergte kunnen de weersomstandigheden echter sterk verschillen. Vooral wind en temperatuursverschillen zorgden ervoor dat een hondenras uit het laagland zich niet kon aarden. De Slovensky cuvac had daar geen probleem mee en nestelde zich dus ook in andere streken.Raseigenschappen
e raskenmerken van de Slovensky Cuvac voldoen aan het type van een berghond met een stevige lichaamsbouw, een statig gestalte en een dikke witte vacht. Zijn naam heeft hij te danken aan zijn scherpzinnigheid en waakzaamheid. (Slowaaks-Cuvat=horen) Om zich 's nachts van de roofdieren te onderscheiden wordt hij sedert oeroude tradities alleen in het wit gefokt.
Belangrijkste kenmerken:
-> de ogen zijn donkerbruin met zwarte oogranden.
-> heeft een brede borstkast en een rechte rug.
(reuen hebben krachtige manen)
-> de staart hangt in rust recht naar beneden,
in beweging trekt hij die op in een wijde boog.
-> heeft een dikke witte vacht, licht golvend, die niet veel onderhoud vraagt.
->De kleur is altijd wit
->de schofthoogte : - reu: 62 – 70 cm / teef :59 – 65 cm