Met onze honden doen wij allerlei shows aan. Dit om het ras, dat niet zo bekend is, te promoten. En natuurlijk ook om met de honden hun titels te behalen die ze verdienen.
Op shows kunt u ons ontmoeten:

![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Legende
B = Babyklasse(4-6m) ; P = Puppyklasse(6-9m) ; J = Jeugdklasse(9-18m) ; T = Tussenklasse(15-24m) ; O = Open klasse (min 15m) ; K = Kampioenklasse ( na voldoende behaalde titels)
Een kort woordje uitleg:
Te behalen titels
- CAC : Kampioentitel van een bepaald land. Hiervoor moet je 4 keer gewonnen hebben in dat land. Tussen 1ste en 4de titel moet 1 jaar zijn.
- CACIB : Internationaal kampioen. 4 overwinningen in 3 verschillende landen met 4 verschillende keurmeesters. Ook hier een jaar en 1 dag tussen.
- BOB : Beste van het ras de dag van de tentoonstelling.
Om deze titels te behalen moet de hond minstens 15 maanden oud zijn en in de open klasse deelnemen.
Afzonderlijk resultaat
Baby-, Puppyklasse : Goed(G), Belovend(B), Veel Belovend (VB)
Jeugd-, Tussen-, Open-, Kampioenklasse : Goed(G), Zeer Goed(ZG), Uitmuntend(U)
Voor ons behaalde resutaten op show : zie onze honden -> onder hun stamboom!
Hier vind je alles (meer uitgebreid) over de Show:
| Tentoonstellingen. Ieder jaar worden er in België zo'n 15 Kampioententoonstelling voor honden georganiseerd. Tentoonstelling kan ook betekenen Teleurstelling. Niet iedereen voelt zich aangetrokken tot het deelnemen aan een tentoonstelling; toch kunnen er goede redenen zijn om uw hond door een deskundige (een keurmeester) te laten beoordelen. Soms zal de fokker van uw hond daarom vragen om op die manier een objectief oordeel te krijgen over de uiterlijke kwaliteit van door hem/haar gefokte honden. Mogelijk bent u zelf nieuwsgierig naar de mening van een kenner en misschien wilt u weten of uw reu of teef voldoende kwaliteit heeft om ermee te fokken. Voor de uitmuntende honden en hun exposanten is zo'n tentoonstelling tevens een echte competitie. Juist vanwege de uiteenlopende motieven om naar een tentoonstelling te gaan, is het belangrijk op de hoogte te zijn van de verschillende tentoonstellingsvormen en van de spelregels waaraan men zich als deelnemer aan zo'n evenement heeft te houden. Wie besluit naar een tentoonstelling te gaan met zijn hond(en) kan kiezen uit de volgende mogelijkheden. Clubmatch (plaatselijke / regionale kynologenclub) Clubmatch (rasvereniging) De volgende kwalificaties kunnen aan de hond tijdens een Show worden toegekend:
|
Hondenshows Ringtraining is een cursus waarbij aan de baas en hond geleerd wordt om netjes de hond te leren lopen op shows, zonder trekken of springen en om hem mooi te leren staan zodat de keurmeester hem kan betasten (= kijken of de hond goed van bouw is) Trimmen is het in model knippen van de hond, dit is voor ieder ras verschillend hoe ze eruit moeten zien, meestal gebeurt dit in een trimsalon (hondenkapper) of de baas doet dit zelf Benodigdheden : om naar een show te gaan heb je nodig: een showlijn, dit is een speciale riem waarbij de hond mooi uitkomt. Een kleedje waarop de hond kan liggen als hij niet aan de beurt is. De hond moet dan in een bench liggen die op de shows staan (dit is een metalen hok) en verder moet je nog bij je hebben, water en wat voer. |
| Terug naar Boven
dit zijn shows die georganiseerd worden door een kynologenvereniging. Om hier aan mee te mogen doen moet je lid zijn van die vereniging. Dit zijn niet zulke grote shows, van elk ras zijn er maar een paar honden aanwezig. De honden hoeven ook niet in een bench Nationale en Internationale shows : Hiervoor hoeven de deelnemers geen lid te zijn van een kynologenvereniging, wel moet de hond ingeschreven staan met Hondenstamboek. De honden moeten in een bench en je mag pas weg aan het einde van de dag. Deze shows zijn ook een stuk duurder dan een clubmatch. |
| Terug naar Boven
INSCHRIJVING
Meestal krijg je een week van te voren je inschrijfkaart (kwalificatiekaart) en rugnummer toegestuurd.
|
|
KEURVERSLAG EN KWALIFICATIE |
|
JUNIORHANDLING |
|
Hoe verlopen de keuringen?
De honden worden per ras gekeurd
|
| Terug naar Boven
CAC et CACIB
|
| Terug naar Boven
De Klassen KLASSE INDELING Om alle honden gelijke kansen te verlenen op een rashondententoonstelling wordt de individuele keuring per ras en per geslacht uitgevoerd in verschillende klassen. Na de individuele keuring wordt van elke ras de beste reu en de beste teef verkozen. Uit beiden wordt de beste van het ras verkozen (Best of Breed - B.O.B.).
Een hond kan in slechts één klasse tegelijk worden ingeschreven. Enkel de klassen “Open”, “Gebruikshonden” en “Kampioenen” komen in aanmerking voor de toekenning van een Certificat d'Aptitude au Championnat national (C.A.C.) en international (C.A.C.I.). Om een C.A.C of C.A.C.I. te kunnen krijgen, moet de hond minstens vijftien maanden oud zijn. |
| Terug naar Boven
CAC/CACIB, WAT IS DAT?????? · C.A.C. is de afkorting van het franse "Certificat d'Aptitude au Championnat " (certifikaat van bekwaamheid tot het nationaal kampioenschap). · C.A.C.I.B. is de afkorting van het Franse "Certificat d'Aptitude au Championnat International" (certificaat van bekwaamheid tot het internationaal kampioenschap). Beide termen worden overal ter wereld op F.C.I-tentoonstellingen in de Franse afkorting gebruikt. De voorwaarden zijn: · De hond heeft de kwalificatie "Uitmuntend" verkregen; · Hij is ingeschreven in het Belgische of in een erkend buitenlands stamboek; · Hij heeft bovendien op de dag van de tentoonstelling de leeftijd van 15 maanden bereikt. |
| Terug naar Boven
Voor dat de Raad van Beheer aan een hond de titel van "Belgisch Kampioen" toekent, moet deze verschillende C.A.C.'s behaald hebben onder 2 verschillende keurmeesters en moet er minstens één jaar en één dag verstreken zijn tussen het behalen van de eerste en de laatste C.A.C. Indien dit ras onderworpen is aan werkproeven, moet deze bovendien een kwalificatie behalen tijdens een werkproef, indien dit ras onderworpen is aan werkproeven. Om nu de titel van "Internationaal Kampioen" te mogen voeren moet een hond minstens vier C.A.C.I.B.'s behaald hebben onder drie verschillende keurmeesters en in drie verschillende landen. |
|
Kynologische uitdrukkingen Aalstreep; streep van donkere haren vanaf de schoft tot het kruis of de staartaanzet (bv.Mopshond) Achterhand; de achterbenen en de bekkengordel Achterhoofdsknobbel; vaak onjuiste benaming voor de jachtknobbel, de kam op het achterhoofdsbeen; correct: de uitsteeksels links en rechts van het achterhoofdsgat, die het gewricht vormen met de atlas. Adel; adel wil zeggen een harmonische belijning, een trotse en edele verschijning. Verder duidt het op symmetrie, fierheid en zelfbewustheid. Adel kan wel gevonden worden bij, maar is niet synoniem aan sierlijkheid en fijnheid. Ook rasloze honden kunnen adel vertonen. Afgezette borst : een te sterk gekromd borstbeen (bv. bij teckels) Alert: vrijmoedig bewegend, geboeid lijkend door iets All-round keurmeester : een all-round keurmeester is iemand, die bekwaam is en aangesteld is voor het keuren van alle rassen Anorchidie: het niet aanwezig zijn van testikels Appelhoofd: bol voorhoofd, meestal met wat uitpuilende ogen. Bij dwergrassen wil dit vaak ongewenste koptype wel eens optreden B.1.S. : Best in show; Engels voor beste hond van de tentoonstelling Bakken: sterk ontwikkelde, zichtbare wangspieren, die de belijning storen. Bakken kan ook duiden op zwaar ontwikkelde jukbeenbogen Bananenstaart: een gecoupeerde staart, die met een sterke boog omhoog en naar voren buigt Bat ear: Engels voor vleermuisoor Beladen schouders : te zwaar bespierde schouders, waarbij de belijning vaak is gestoord Black-and-tan : engels voor zwart met bruine aftekening Bodemafstand: afstand van de grond tot het laagste punt van het borstbeen Bone: engels voor goed beenwerk en skelet Bovenvoorbijter: bij gesloten mond staan de boventanden (ver) voor de ondertanden Brand: roestrode aftekening bij donkergekleurde honden aan kop, borst, voeten en onder de staart (het black-and-tan patroon zoals bij Dashond, Dobermann en Rottweiler) Chondrodystrofie: onvoldoende of verlate verbening van kraakbeen, waardoor misvormingen kunnen ontstaan Cloddy: hond, die grof en vet is Cobby: compact en vierkant gebouwd Convex: convexe neusrug of ramsneus. Zie ramsneus Couperen: afsnijden (van staart en/of oren) Cryptorchisme: ontbreken van beide testikels in het scrotum Dekharen: lange, stevige haren, die de buitenbekleding van de vacht vormen Dew claws : engels voor Hubertus- of wolfsklauwen Dip: inzinking vlak achter de schoft, waar de richting van de doornuitsteeksels verandert. Een eventuele inzinking tussen de nek en de schoft noemt men soms de schijnbare dip Droog: zonder vet of losse huid, maar wel gespierd (een Boxer behoort droog te zijn, een Bloedhond zeker niet) Entropion: het naar binnen krullen van een of beide oogleden, waardoor de haren in de ogen krabben. Dit is evenals ectropion een erfelijke fout. Ergots: Frans voor Hubertusklauwen Expressie: gezichtsuitdrukking. Frans staan: met de voorvoeten naar buiten gedraaid staan Front: voorbenen en voorborst Frown: engels voor lichte frons op het voorhoofd (bv. Cockers, Basenji) G-hond : hond, die kwalificatie goed waard is. 'Goed' dient te worden geïnterpreteerd als voldoende, in rapportcijfers: 6. Gaan: - gebonden: de hond plaatst zijn achterbenen te weinig naar voren en naar achteren. De benen grijpen onvoldoende uit. Gaan - nauw: de hond plaatst zijn voorbenen of achterbenen te dicht naast elkaar Gaan - rollend: de achterbenen moeten steeds onder het zwaartepunt van het lichaam worden geplaatst, waardoor de rug recht blijft. Plaatst de hond zijn benen naast het lichaam, dan gooit hij het lichaamsgewicht van het linker op het rechterbeen en omgekeerd. De rug maakt dan een schommelende beweging, hetgeen we rollend noemen (bv. Pekingees en Dogachtigen) Gaan - ruim: de hond plaatst zijn benen goed naar voren en naar achteren. De benen grijpen mooi uit. Gaan - zwevend: de hond loopt licht en zwevend de wijze van voortbewegen Gestrekt: de schoft is minder hoog dan de romp lang is Gewinkeld: germanisme voor gehoekt: de hock, die de botten van de voor- en achterbenen met elkaar maken Glasoog: blauw oog met lichte iris, gebrek hebbende aan pigment. Is toegestaan bij blue merle Collies, Shelties en Cardigan Corgies alsmede bij Huskies en getijgerde Teckels. Groepkeurmeester: die bevoegd is orn een gehele groep van rassen te keuren Grond: wijdbeens staand en in gangwerk ruim uitgrijpende benen -- beslaan) Hazevoet: ovale, vrij lange voet door extra lange eerste teenkootjes Hubertusklauw: vijfde, onderontwikkelde teentje aan de binnenzijde van de achterbenen. Sommige rassen hebben een dubbele Inbreeding: e ngels voor inteelt ISABEL: een lichte, gelige kleur, die bij paarden algemeen is als verdunning van het bruin (ook wel aangeduid met palomino). Zoals de dilution-factor zwart verdunt tot blauw, kan leverkleur worden verdund tot isabel. We zien het een enkele keer bij de Dobermann. Jachtknobbel;de kam op het achterhoofdsbeen, die dienst doet als oppervlaktevergroting ten behoeve van de aanhechting van de Musculus temporalis (hapspier); de jachtknobbel is vooral bij verschillende jachthonden goed ontwikkeld orn het apporteren mogelijk te maken Kameelrug: een te dicht bij de schoft gewelfde rug Koehakkig: van achteren bezien staan de spronggewrichten (hakken) dichter bij elkaar dan de voeten Koppel: twee honden van een ras, onverschillig welk geslacht. Zijn de honden van verschillend geslacht, dan spreekt men van een 'paar' Kussens: de stevige, beëelte onderzijde van de voet Kwalificatie: waardering van een hond op de tentoonstelling met U (uitmuntend), ZG (zeer goed), G (goed) of M (matig) Kynoloog: letterlijk: kenner van honden; algemeen: liefhebber van honden Layback: e ngels voor hoeking Level: e ngels voor scharende snijtanden M-hond: hond, die kwalificatie 'matig' waard is. 'Matig' dient te worden geïnterpreteerd als het rapportcijfer 5. Middenhand: het lichaamsdeel tussen schoft en kruis Monorchisme: het ontbreken van een testikel in het scrotum Mutileren: mismaken, anders dan door couperen N.H.S.B. : Nederlands Hondenstamboek Ondergeschoven: de achterbenen staan onder het lichaarn, waarbij de voet juist voor de loodlijn staat, die men kan trekken vanuit het heupgewricht (bv. Italiaans Windbondje) Onderhaar(-vacht): korte, vettige wollen haren, die direct tegen de huid liggen Ondervoorbijter-ook onderbijter: de ondertanden staan bij gesloten mond voor de boventanden Overbouwd: het kruis ligt hoger dan de schoft (i.h.a. een fout, behalve bij de Bobtail en Dandic Dinmont Terrier) Pedigree: zowel Franse als Engelse term voor stamboom Ring: afgezette ruimte op een tentoonstelling, waarbinnen de honden worden gekeurd Ringcommissaris: de helper van de ringmeester Ringmeester: degene, die belast is met het handhaven van de orde in de ring en met het naleven van de reglementen Roest: zwarte vIekjes in de rode aftekening van black-and-tan honden; ook wel brand genoemd. Roofvogeloog: intensief gele iris bij een felle expressie Schaargebit: gebit, waarbij de boventanden zonder tussen of voor de ondertanden staan Schoft: het deel van de rug tussen de schoudertoppen Slip: strook uit het keurboek, waarop de keurmeester de kwalificaties van de gekeurde bond aantekent Spreidtenen: niet goed aangesloten tenen Steil: te weinig hoeking Stop: overgang van de neusrug naar het voorhoofd Stopgroeve: de overlangse inzinking tussen de ogen bij de stop Strain: e ngels voor bloedlijn, fokstam Tan: bruin in verschillende tinten Tanggebit: de onder- en boventanden vallen bij gesloten mond precies op elkaar U-hond : hond, die de kwalificatie uitmuntend waard is. Dit dient te worden geïnterpreteerd als rapportcijfer 8 tot 9. Varkensgebit : een sterk bovenvoorbijtend gebit Vierkant: de schofthoogte is gelijk aan de lengte van de romp Voorborst: het gedeelte van de borst, dat voor de voorbenen uitsteekt Voorhand: de voorbenen met schoudergordel Z.G.-hond : hond, die kwalificatie zeer goed waard is. Dit dient te worden geïnterpreteerd als rapportcijfer 7. Zadelrug: slappe, ingezakte rug |