SHOW

Met onze honden doen wij allerlei shows aan. Dit om het ras, dat niet zo bekend is, te promoten. En natuurlijk ook om met de honden hun titels te behalen die ze verdienen.

Op shows kunt u ons ontmoeten:

 

 

Legende

B = Babyklasse(4-6m) ; P = Puppyklasse(6-9m) ; J = Jeugdklasse(9-18m) ; T = Tussenklasse(15-24m) ; O = Open klasse (min 15m) ; K = Kampioenklasse ( na voldoende behaalde titels)

 

Een kort woordje uitleg:

Te behalen titels

- CAC : Kampioentitel van een bepaald land. Hiervoor moet je 4 keer gewonnen hebben in dat land. Tussen 1ste en 4de titel moet 1 jaar zijn.

- CACIB : Internationaal kampioen. 4 overwinningen in 3 verschillende landen met  4 verschillende keurmeesters. Ook hier een jaar en 1 dag tussen.

- BOB : Beste van het ras de dag van de tentoonstelling.

Om deze titels te behalen moet de hond minstens 15 maanden oud zijn en in de open klasse deelnemen.

Afzonderlijk resultaat

Baby-, Puppyklasse : Goed(G), Belovend(B), Veel Belovend (VB)

Jeugd-, Tussen-, Open-, Kampioenklasse : Goed(G), Zeer Goed(ZG), Uitmuntend(U)

Voor ons behaalde resutaten op show : zie onze honden -> onder hun stamboom!

 

 

Hier vind je alles (meer uitgebreid) over de Show:

 

Tentoonstellingen.

Ieder jaar worden er in België zo'n 15 Kampioententoonstelling voor honden georganiseerd.
Bovendien zijn er dan nog de tentoonstellingen van de diverse rasverenigingen en dan ook nog de vele tentoonstellingen van de kynologen-clubs.
De honden worden door keurmeesters beoordeeld in hoeverre zij het ideaal beeld van hun ras benaderen.
Tentoonstellen is nodig om het ras op peil te houden en indien mogelijk te verbeteren.

Tentoonstelling kan ook betekenen Teleurstelling.

Niet iedereen voelt zich aangetrokken tot het deelnemen aan een tentoonstelling; toch kunnen er goede redenen zijn om uw hond door een deskundige (een keurmeester) te laten beoordelen. Soms zal de fokker van uw hond daarom vragen om op die manier een objectief oordeel te krijgen over de uiterlijke kwaliteit van door hem/haar gefokte honden. Mogelijk bent u zelf nieuwsgierig naar de mening van een kenner en misschien wilt u weten of uw reu of teef voldoende kwaliteit heeft om ermee te fokken. Voor de uitmuntende honden en hun exposanten is zo'n tentoonstelling tevens een echte competitie. Juist vanwege de uiteenlopende motieven om naar een tentoonstelling te gaan, is het belangrijk op de hoogte te zijn van de verschillende tentoonstellingsvormen en van de spelregels waaraan men zich als deelnemer aan zo'n evenement heeft te houden. Wie besluit naar een tentoonstelling te gaan met zijn hond(en) kan kiezen uit de volgende mogelijkheden.

Clubmatch (plaatselijke / regionale kynologenclub)
Wie hieraan deel wil nemen, moet lid zijn van de organiserende kynologenclub. Omdat een dergelijke clubmatch bedoeld is voor de eigen leden zijn er van elk afzonderlijk ras vaak maar een paar honden aanwezig, zodat de vakkundige keurmeester niet altijd een rasspecialist is. De beoordeling kan worden weergegeven in de vorm van een geschreven verslag. Bij het ontbreken daarvan zal de beoordeling mondeling worden toegelicht. Voor wie gewoon nieuwsgierig is naar de mening van een kenner omtrent het uiterlijk van zijn of haar hond, is dit een geschikte tentoonstellingsvorm.: de hond hoeft niet in een "bench" (hok), er heerst een gemoedelijke sfeer en men kan zelf bepalen wanneer men weggaat na de keuring.

Clubmatch (rasvereniging)
Om de hond te kunnen inschrijven moet men lid zijn van de rasvereniging. De keurmeesters zijn voor dat ras erkend, en mede omdat er veel honden zijn ingeschreven, zijn ze ook veel kritischer. Er wordt een kwalificatie gegeven en men ontvangt een geschreven keurverslag. Ook hier hoeft de hond niet in een bench en men kan na de keuring direct vertrekken.
. De voor het ras erkende keurmeester zal zeer kritisch keuren, want behalve de kwalificatie kan er een kampioenschapprijs worden verdiend. Eén voor de reuen en één voor de teven. De honden hoeven niet "gebenched" te worden en er is geen verplichting om tot het einde van de keuringen te blijven. De deelnemers ontvangen een geschreven keurverslag.

(Internationale) Kampioenschaptentoonstelling (alle rassen)
Voor dit soort tentoonstellingen hoeven de inschrijvers geen lid te zijn van een kynologenclub of van een rasvereniging, wel moet de hond zijn ingeschreven in het Nederlandse Honden Stamboek of een soortgelijk door de F.C.I. erkend buitenlands stamboek. De keurmeesters zijn erkend voor het ras dat zij keuren. De exposanten krijgen een geschreven verslag met de daarbij behaalde kwalificatie. Er kan tevens een kampioenschapprijs verdiend worden. De honden moeten in een bench en men mag pas na een bepaald tijdstip vertrekken. Dat is meestal pas laat in de middag. Verder dient te worden opgemerkt dat het inschrijfgeld voor deze tentoonstelling beduidend hoger is dan voor de eerder genoemde tentoonstellingsvormen.

De volgende kwalificaties kunnen aan de hond tijdens een Show worden toegekend:

  • U staat voor Uitmuntend wordt gegeven aan de hond die zodanig aan de standaard van het ras voldoet, dat een geringe afwijking of een kleine fout het ideale rasbeeld niet verstoort.

  • ZG staat voor Zeer Goed wordt gegeven aan de hond die in het algemeen aan de standaard van het ras voldoet, maar enkele onvolkomenheden heeft die het ideale rasbeeld verstoren.

  • G staat voor Goed wordt gegeven aan de hond die nog wel aan de standaard van het ras voldoet, maar door meerdere afwijkingen die het rasbeeld duidelijk storen of door een ernstige fout, niet in aanmerking komt voor "zeer goed".

  • M staat voor Matig wordt gegeven aan de hond die in geringe mate aan de standaard van het ras voldoet.

 

Hondenshows

1 Voorbereiding
Om met een hond deel te nemen aan tentoonstellingen is het heel belangrijk om de hond goed voor de dag te laten komen, de hond moet netjes blijven staan en mag niet zijn baasje door de ring sleuren, ook moet de hond schoon zijn en netjes geknipt (trimmen)

Ringtraining is een cursus waarbij aan de baas en hond geleerd wordt om netjes de hond te leren lopen op shows, zonder trekken of springen en om hem mooi te leren staan zodat de keurmeester hem kan betasten (= kijken of de hond goed van bouw is)

Trimmen is het in model knippen van de hond, dit is voor ieder ras verschillend hoe ze eruit moeten zien, meestal gebeurt dit in een trimsalon (hondenkapper) of de baas doet dit zelf

Benodigdheden : om naar een show te gaan heb je nodig: een showlijn, dit is een speciale riem waarbij de hond mooi uitkomt. Een kleedje waarop de hond kan liggen als hij niet aan de beurt is. De hond moet dan in een bench liggen die op de shows staan (dit is een metalen hok) en verder moet je nog bij je hebben, water en wat voer.

Terug naar Boven


VERSCHILLENDE SOORTEN SHOWS
Clubmatches :

dit zijn shows die georganiseerd worden door een kynologenvereniging. Om hier aan mee te mogen doen moet je lid zijn van die vereniging. Dit zijn niet zulke grote shows, van elk ras zijn er maar een paar honden aanwezig. De honden hoeven ook niet in een bench

Nationale en Internationale shows :

Hiervoor hoeven de deelnemers geen lid te zijn van een kynologenvereniging, wel moet de hond ingeschreven staan met Hondenstamboek. De honden moeten in een bench en je mag pas weg aan het einde van de dag. Deze shows zijn ook een stuk duurder dan een clubmatch.

Terug naar Boven

INSCHRIJVING
Inschrijfformulier : Clubmatches en nationale en internationale shows worden aangekondigd in de speciale clubbladen en tijdschriften. Ongeveer 2 maanden van tevoren kun je een inschrijfformulier aanvragen. Om zo'n formulier in te vullen heb je de stamboom van de hond erbij nodig, omdat je de officiële stamboomnaam van de hond moet invullen. Ook moet je de hond in een bepaalde groep inschrijven, de keuze is:

  • Puppyklas
  • Jeugdklasse
  • Jonge hondenklasse
  • Openklasse
  • Veteranenklasse
  • Fokkersklasse
  • Koppelklasse
  • Juniorhandling

Meestal krijg je een week van te voren je inschrijfkaart (kwalificatiekaart) en rugnummer toegestuurd.

Rasgroepen : Het ligt aan het ras van je hond, in welke rasgroep je hond moet worden ingeschreven. Er zijn 10 rasgroepen, die verdeeld over 2 dagen worden gekeurd.

  • 1. Herdershonden ( bijv. Duitse Herder)
  • 2. Pinschers en Sennenhonden (bijv. Berner Sennen, Dwergpinscher)
  • 3. Terriërs (bijv. Jack Russel)
  • 4. Dashonden (bijv. dwergtekkel)
  • 5. Keeshonden en oertypen (bijv. Grote grijze Keeshond, Siberische Husky)
  • 6. Lopende Honden (bijv. Dalmatiër, Basset Hound)
  • 7. Staande Honden (bijv. Friese Staby, Drentse Patrijs)
  • 8. Retrievers en Waterhonden (bijv. Golden Retriever, Cocker Spaniel)
  • 9. Gezelschapshonden (bijv. Poedels, Chihuahua)
  • 10. Windhonden (bijv.Afghaanse windhond, Whippet)

Terug naar Boven

KEURVERSLAG EN KWALIFICATIE
Van iedere hond die geshowd is ontvangt de eigenaar een geschreven keurverslag van de keurmeester, waarop vermeld staat wat de goede en de mindere eigenschappen van de hond zijn. De honden krijgen ook een kwalificatie over hoe goed ze zijn. Deze kwalificaties zijn:
U   = uitmuntend de hond voldoet helemaal aan het rasbeeld
ZG = zeer goed de hond voldoet bijna helemaal aan het rasbeeld
G   = goed de hond heeft een paar afwijkingen( bijv. te lange oren)
M  = matig de hond voldoet slecht aan het rasbeeld

5.

Terug naar Boven

JUNIORHANDLING
Juniorhandling is het showen van honden door kinderen. Meestal is dit ingedeeld in een aantal leeftijdsgroepen. Bij Juniorhandling wordt er veel meer gelet op de relatie van het kind met de hond, en hoe mooi het kind de hond showt, dan hoe goed de hond is. De kinderen die aan Juniorhandling meedoen zijn meestal de mensen die als ze volwassen zijn meedoen aan de grote shows.

Terug naar Boven

Hoe verlopen de keuringen?


Een hondententoonstelling is in de eerste plaats een keuringswedstrijd. De keuring wordt uitgevoerd door een erkende keurmeester die in staat is om elke ingeschreven hond te beoordelen op basis van de criteria voor zijn ras. Deze zijn verzameld in een welomlijnde schoonheidsnorm die het ras van kop tot staart beschrijft : het rasstandaard.  

De honden worden per ras gekeurd
De hondenkandidaat moet zo goed mogelijk beantwoorden aan deze criteria, die als leidraad dienen voor de keurmeester. Na houding en voorkomen van de hond te hebben bestudeerd, kent de keurmeester hem een van de volgende kwalificaties toe :

  • Uitmuntend (ideaal beeld van het ras, met eventuele tolerantie van bepaalde kleine gebreken)
  • Zeer goed (de hond benadert de norm, maar vertoont redelijk belangrijke gebreken)

  • Goed (de hond voldoet aan de norm, maar vertoont te veel redelijk belangrijke gebreken)

  • Onvoldoende (de hond wijkt teveel van de normale norm af)

Terug naar Boven

CAC et CACIB
Voor ieder ras kan de keurmeester aan de beste reu, en aan de beste teef van de open-, werk- of kampioensklas die de kwalificatie uitmuntend behaalde, een CAC (Belgisch Schoonheidsbekwaamheidscertificaat) en CACIB (Internationaal Schoonheidsbekwaam-heidscertificaat) uitreiken, die tegelijk in Brussel de titel van " Belgian Winner " bekomt.


Best of Breed, Best of Group en Best in Show
Dan zal de keurmeester de beste hond van het ras kiezen (Best of Breed), de reu of de teef die het ras in de Erering moet vertegenwoordigen.
Om 15u3O worden er de besten van het ras verzameld om er de beste hond van de groep aan te duiden (Best of Group). Op zondag zullen de beste honden van iedere groep van beide dagen uiteindelijk wedijveren voor de Best in Show (B.I.S.), de mooiste hond van de tentoonstelling.


Beste Koppel & Beste Fokkersgroep
Een bijkomende wedstrijd geeft de fokkers de mogelijkheid om verschillende honden van éénzelfde ras voor te stellen, goed bijéénpassend : de aanduiding van het beste koppel (een reu en een teef) en van de beste groep (meer dan 2 honden).

Terug naar Boven

De Klassen
Om alle honden gelijke kansen te verlenen op een rashondententoonstelling wordt de individuele keuring per ras en per geslacht uitgevoerd in verschillende klassen.

KLASSE INDELING

Om alle honden gelijke kansen te verlenen op een rashondententoonstelling wordt de individuele keuring per ras en per geslacht uitgevoerd in verschillende klassen.

Na de individuele keuring wordt van elke ras de beste reu en de beste teef verkozen. Uit beiden wordt de beste van het ras verkozen (Best of Breed - B.O.B.).
Deze neemt achteraf plaats in de erering als vertegenwoordiger van zijn ras en opnieuw beoordeeld door één of meerdere keurmeesters om de beste van zijn groep te worden (Best of Group - B.O.G.).

  • Puppyklasse: alle honden tussen 6 en 9 maanden.

  • Jeugdklasse: alle honden tussen 9 en 18 maanden.

  • Open klasse: alle honden van 15 maanden en ouder.

  • Gebruikshondenklasse: vanaf 15 maanden, voor rashonden die werk-proeven afleggen en die een klassementsprijs gewonnen hebben.

  • Kampioenenklasse: honden die een nationale of internationale kampioenentitel gewonnen hebben.

  • Veteranenklasse: alle honden ouder dan zes jaar, zonder leeftijds-beperking.

Een hond kan in slechts één klasse tegelijk worden ingeschreven. Enkel de klassen “Open”, “Gebruikshonden” en “Kampioenen” komen in aanmerking voor de toekenning van een Certificat d'Aptitude au Championnat national (C.A.C.) en international (C.A.C.I.). Om een C.A.C of C.A.C.I. te kunnen krijgen, moet de hond minstens vijftien maanden oud zijn.

Terug naar Boven

CAC/CACIB, WAT IS DAT??????
De leek geraakt soms moeilijk wijs uit de verschillende termen die gebruikt worden om een tentoonstelling aan te duiden. De Brussels Dog Show is een internationale tentoonstelling waar zowel het C.A.C. als het C.A.C.I.B. mogen toegekend worden.
Wat betekenen nu deze afkortingen?

·   C.A.C. is de afkorting van het franse "Certificat d'Aptitude au Championnat " (certifikaat van bekwaamheid tot het nationaal kampioenschap).

·   C.A.C.I.B. is de afkorting van het Franse "Certificat d'Aptitude au Championnat International" (certificaat van bekwaamheid tot het internationaal kampioenschap).

Beide termen worden overal ter wereld op F.C.I-tentoonstellingen in de Franse afkorting gebruikt.
Op onze tentoonstelling mag er dus zowel het C.A.C. als het C.A.C.I.B. toegekend worden aan de beste reu en teef van elk ras, alle klassen verenigd.

De voorwaarden zijn:

·   De hond heeft de kwalificatie "Uitmuntend" verkregen;

·   Hij is ingeschreven in het Belgische of in een erkend buitenlands stamboek;

·   Hij heeft bovendien op de dag van de tentoonstelling de leeftijd van 15 maanden bereikt.

Terug naar Boven

Voor dat de Raad van Beheer aan een hond de titel van "Belgisch Kampioen" toekent, moet deze verschillende C.A.C.'s behaald hebben onder 2 verschillende keurmeesters en moet er minstens één jaar en één dag verstreken zijn tussen het behalen van de eerste en de laatste C.A.C. Indien dit ras onderworpen is aan werkproeven, moet deze bovendien een kwalificatie behalen tijdens een werkproef, indien dit ras onderworpen is aan werkproeven.

Om nu de titel van "Internationaal Kampioen" te mogen voeren moet een hond minstens vier C.A.C.I.B.'s behaald hebben onder drie verschillende keurmeesters en in drie verschillende landen.
Bovendien moet de hond een kwalificatie behalen tijdens een werkproef indien dit ras onderworpen is aan werkproeven.

Terug naar Boven

Kynologische uitdrukkingen

Aalstreep;

streep van donkere haren vanaf de schoft tot het kruis of de staartaanzet (bv.Mopshond)

Achterhand;

de achterbenen en de bekkengordel

Achterhoofdsknobbel;

vaak onjuiste benaming voor de jachtknobbel, de kam op het achterhoofdsbeen; correct: de uitsteeksels links en rechts van het achterhoofdsgat, die het gewricht vormen met de atlas.

Adel;

adel wil zeggen een harmonische belijning, een trotse en edele verschijning. Verder duidt het op symmetrie, fierheid en zelfbewustheid. Adel kan wel gevonden worden bij, maar is niet synoniem aan sierlijkheid en fijnheid. Ook rasloze honden kunnen adel vertonen.

Afgezette borst :

een te sterk gekromd borstbeen (bv. bij teckels)

Alert:

vrijmoedig bewegend, geboeid lijkend door iets

All-round keurmeester :

een all-round keurmeester is iemand, die bekwaam is en aangesteld is voor het keuren van alle rassen

Anorchidie:

het niet aanwezig zijn van testikels

Appelhoofd:

bol voorhoofd, meestal met wat uitpuilende ogen. Bij dwergrassen wil dit vaak ongewenste koptype wel eens optreden

B.1.S. :

Best in show; Engels voor beste hond van de tentoonstelling

Bakken:

sterk ontwikkelde, zichtbare wangspieren, die de belijning storen. Bakken kan ook duiden op zwaar ontwikkelde jukbeenbogen

Bananenstaart:

een gecoupeerde staart, die met een sterke boog omhoog en naar voren buigt Bat ear: Engels voor vleermuisoor

Beladen schouders :

te zwaar bespierde schouders, waarbij de belijning vaak is gestoord

Black-and-tan :

engels voor zwart met bruine aftekening

Bodemafstand:

afstand van de grond tot het laagste punt van het borstbeen

Bone:

engels voor goed beenwerk en skelet

Bovenvoorbijter:

bij gesloten mond staan de boventanden (ver) voor de ondertanden

Brand:

roestrode aftekening bij donkergekleurde honden aan kop, borst, voeten en onder de staart (het black-and-tan patroon zoals bij Dashond, Dobermann en Rottweiler)

Chondrodystrofie:

onvoldoende of verlate verbening van kraakbeen, waardoor misvormingen kunnen ontstaan

Cloddy:

hond, die grof en vet is

Cobby:

compact en vierkant gebouwd

Convex:

convexe neusrug of ramsneus. Zie ramsneus

Couperen:

afsnijden (van staart en/of oren)

Cryptorchisme:

ontbreken van beide testikels in het scrotum

Dekharen:

lange, stevige haren, die de buitenbekleding van de vacht vormen

Dew claws :

engels voor Hubertus- of wolfsklauwen

Dip:

inzinking vlak achter de schoft, waar de richting van de doornuitsteeksels verandert. Een eventuele inzinking tussen de nek en de schoft noemt men soms de schijnbare dip

Droog:

zonder vet of losse huid, maar wel gespierd (een Boxer behoort droog te zijn, een Bloedhond zeker niet)

Entropion:

het naar binnen krullen van een of beide oogleden, waardoor de haren in de ogen krabben. Dit is evenals ectropion een erfelijke fout.

Ergots:

Frans voor Hubertusklauwen

Expressie:

gezichtsuitdrukking.

Frans staan:

met de voorvoeten naar buiten gedraaid staan

Front:

voorbenen en voorborst

Frown:

engels voor lichte frons op het voorhoofd (bv. Cockers, Basenji)

G-hond :

hond, die kwalificatie goed waard is. 'Goed' dient te worden geïnterpreteerd als voldoende, in rapportcijfers: 6.

Gaan: - gebonden:

de hond plaatst zijn achterbenen te weinig naar voren en naar achteren. De benen grijpen onvoldoende uit.

Gaan - nauw:

de hond plaatst zijn voorbenen of achterbenen te dicht naast elkaar

Gaan - rollend:

de achterbenen moeten steeds onder het zwaartepunt van het lichaam worden geplaatst, waardoor de rug recht blijft. Plaatst de hond zijn benen naast het lichaam, dan gooit hij het lichaamsgewicht van het linker op het rechterbeen en omgekeerd. De rug maakt dan een schommelende beweging, hetgeen we rollend noemen (bv. Pekingees en Dogachtigen)

Gaan - ruim:

de hond plaatst zijn benen goed naar voren en naar achteren. De benen grijpen mooi uit.

Gaan - zwevend:

de hond loopt licht en zwevend de wijze van voortbewegen

Gestrekt:

de schoft is minder hoog dan de romp lang is

Gewinkeld:

germanisme voor gehoekt: de hock, die de botten van de voor- en achterbenen met elkaar maken

Glasoog:

blauw oog met lichte iris, gebrek hebbende aan pigment. Is toegestaan bij blue merle Collies, Shelties en Cardigan Corgies alsmede bij Huskies en getijgerde Teckels.

Groepkeurmeester:

die bevoegd is orn een gehele groep van rassen te keuren

Grond:

wijdbeens staand en in gangwerk ruim uitgrijpende benen -- beslaan)

Hazevoet:

ovale, vrij lange voet door extra lange eerste teenkootjes

Hubertusklauw:

vijfde, onderontwikkelde teentje aan de binnenzijde van de achterbenen. Sommige rassen hebben een dubbele

Inbreeding:

e ngels voor inteelt

ISABEL:

een lichte, gelige kleur, die bij paarden algemeen is als verdunning van het bruin (ook wel aangeduid met palomino). Zoals de dilution-factor zwart verdunt tot blauw, kan leverkleur worden verdund tot isabel. We zien het een enkele keer bij de Dobermann.

Jachtknobbel;de kam op het achterhoofdsbeen, die dienst doet als oppervlaktevergroting ten behoeve van de aanhechting van de Musculus temporalis (hapspier); de jachtknobbel is vooral bij verschillende jachthonden goed ontwikkeld orn het apporteren mogelijk te maken

Kameelrug:

een te dicht bij de schoft gewelfde rug

Koehakkig:

van achteren bezien staan de spronggewrichten (hakken) dichter bij elkaar dan de voeten

Koppel:

twee honden van een ras, onverschillig welk geslacht. Zijn de honden van verschillend geslacht, dan spreekt men van een 'paar'

Kussens:

de stevige, beëelte onderzijde van de voet

Kwalificatie:

waardering van een hond op de tentoonstelling met U (uitmuntend), ZG (zeer goed), G (goed) of M (matig)

Kynoloog:

letterlijk: kenner van honden; algemeen: liefhebber van honden

Layback:

e ngels voor hoeking

Level:

e ngels voor scharende snijtanden

M-hond:

hond, die kwalificatie 'matig' waard is. 'Matig' dient te worden geïnterpreteerd als het rapportcijfer 5.

Middenhand:

het lichaamsdeel tussen schoft en kruis

Monorchisme:

het ontbreken van een testikel in het scrotum

Mutileren:

mismaken, anders dan door couperen

N.H.S.B. :

Nederlands Hondenstamboek

Ondergeschoven:

de achterbenen staan onder het lichaarn, waarbij de voet juist voor de loodlijn staat, die men kan trekken vanuit het heupgewricht (bv. Italiaans Windbondje)

Onderhaar(-vacht):

korte, vettige wollen haren, die direct tegen de huid liggen

Ondervoorbijter-ook onderbijter:

de ondertanden staan bij gesloten mond voor de boventanden

Overbouwd:

het kruis ligt hoger dan de schoft (i.h.a. een fout, behalve bij de Bobtail en Dandic Dinmont Terrier)

Pedigree:

zowel Franse als Engelse term voor stamboom

Ring:

afgezette ruimte op een tentoonstelling, waarbinnen de honden worden gekeurd

Ringcommissaris:

de helper van de ringmeester

Ringmeester:

degene, die belast is met het handhaven van de orde in de ring en met het naleven van de reglementen

Roest:

zwarte vIekjes in de rode aftekening van black-and-tan honden; ook wel brand genoemd.

Roofvogeloog:

intensief gele iris bij een felle expressie

Schaargebit:

gebit, waarbij de boventanden zonder tussen of voor de ondertanden staan

Schoft:

het deel van de rug tussen de schoudertoppen

Slip:

strook uit het keurboek, waarop de keurmeester de kwalificaties van de gekeurde bond aantekent

Spreidtenen:

niet goed aangesloten tenen

Steil:

te weinig hoeking

Stop:

overgang van de neusrug naar het voorhoofd

Stopgroeve:

de overlangse inzinking tussen de ogen bij de stop

Strain:

e ngels voor bloedlijn, fokstam

Tan:

bruin in verschillende tinten

Tanggebit:

de onder- en boventanden vallen bij gesloten mond precies op elkaar

U-hond :

hond, die de kwalificatie uitmuntend waard is. Dit dient te worden geïnterpreteerd als rapportcijfer 8 tot 9.

Varkensgebit :

een sterk bovenvoorbijtend gebit

Vierkant:

de schofthoogte is gelijk aan de lengte van de romp

Voorborst:

het gedeelte van de borst, dat voor de voorbenen uitsteekt

Voorhand:

de voorbenen met schoudergordel

Z.G.-hond :

hond, die kwalificatie zeer goed waard is. Dit dient te worden geïnterpreteerd als rapportcijfer 7.

Zadelrug:

slappe, ingezakte rug

Terug naar boven